Families

A.Brest

A.Cohen

H.Cohen / J.Wolff

S.Cohen / L.de Vries

D.en M.Drukker / J.de Hond

C.H.van Es

B.en S.van Esso / H.Roos

J.van Esso / J.Salomons

M.van Esso

B.Frank

H.Frank / P.Frank

J.Frank

R.Frankforter

B.van Gelder

R.Godfried

H.Goldsteen

M.Goldsteen

M., S., B. en S. Goldsteen

M.de Horst

S.Kan / J.Kan

S.Kats

N.en R.Keizer

J.van Kleef

B.Kroon

R.van Leer

S.de Leeuw en W.Kel

B.Levie

B.Levie

J.Levie

L.Levie

M.Levie

M.Lobstein

S.Mendels

C.Mesritz / R.Nathans

H. en S.Mesritz

M. en I.Pais / H.Polak

M.Polak

E. en J.van de Rhoer

J.van de Rhoer

J.van de Rhoer

L.van de Rhoer

M.van de Rhoer

P.van de Rhoer

S.van de Rhoer

M.A.Roos

S.Roos

J.Rozendal

J.Rozendal

I.Sanders

J.Schaap

S.van der Sluis

B.Stern

I.Stern

A.J.Stibbe

J.en B.de Vries / A.Klein

A.Weinberg

R.Wijl

L.J.Wilda

W.de Wilde

A.Wolf

I.Wolf

D.Wolff

D.Wolff / W.Russ

E.Wolff

J.Wolff

M. en J.Wolff

A.Zaligman

B.Zaligman

J.en M.Zaligman / I.Frank

J.Zaligman

P.Zaligman

S.Zaligman

S. en E.van Zuiden

P.Zwarts

A.Zwiers-Rozendal

Fam.van de Rhoer

Pension Molenstraat

Duits-joodse vluchtelingen

Salomon Kats, Paulina Kats-Khan, Evalina en Sofia Khan-Ernsthal

Salomon Kats werd in 1896 in Emmen geboren als een van de acht kinderen van Meijer Kats en Eva van Geuns. In 1922 trouwde hij daar met de in Meppel geboren Paulina Khan. Zij was een dochter van het eerst in Ruinen en later in Meppel in de Emmastraat 40 wonende echtpaar Hartog Joseph Khan en Sofia Ernsthal. Hartog Khan was afkomstig uit Ruinen, zijn vrouw uit het Duitse Erstenfeld bij Würzburg.
Het echtpaar Kats had één dochter: Evalina Sophie, die op 7 januari 1924 in Meppel werd geboren. Salomon was evenals vele andere joden textielhandelaar.
Eerst woonde de familie Kats achter de winkel, waar (bijna geheel verborgen in het groen) een fraai herenhuis tegen het winkelpand was aangebouwd. De zaken gingen naar wens; in de loop van de jaren dertig werd de winkel aan de eisen van de tijd aangepast. Er ontstond een modern winkelpand met, zeker voor die tijd, veel etalageruimte die rondom een soort overdekte ingang was aangelegd. Salomon Kats had namelijk goed begrepen dat de mensen steeds vaker eerst wilden bekijken wat voor kleren ze gingen kopen.

De modezaak van Salomon Kats in de 2e Hoofdstraat.

Toen de familie uit ging kijken naar een andere woning, viel het oog op een kavel van de voormalige Stadslanden, waar een nieuwe woonwijk zou worden gebouwd. Daar werd in het Pr. Beatrixplantsoen voor een bedrag van ongeveer ƒ 5.000,- een fraai huis gebouwd door aannemer Haandrikman. De familie ging er in 1939 wonen. Toen Hartog Khan op 17 december 1938 overleed, kwam zijn vrouw bij haar dochter en schoonzoon in huis wonen.
Al vanaf het begin van de oorlog had Evalina het niet erg op de Duitsers. Haar moeder vergoelijkte het allemaal een beetje, maar haar dochter overtuigde ze daar beslist niet mee. Dat werd er niet beter op toen Duitse soldaten van de luchtmacht op het dak van de lagere school tegenover hun huis posteerden, vanwaar ze dwars door hun huis heen konden kijken. Dat werd lastig, want niet-joods bezoek werd in de loop van de oorlog verboden en de familie had alleen maar niet-joodse kennissen. Als die dan toch op bezoek wilden komen, moesten ze door de achterdeur naar binnen om te voorkomen dat de Duitse luchtbeschermers het zouden zien.

Evelien Kats in 1938.

Dit soort problemen werd alleen nog maar vergroot, toen een paar huizen bij hen vandaan een Duitse Feldwebel kwam wonen. De man was niet alleen altijd dronken, maar had ook de pest aan de familie en hield hun doen en laten goed in de gaten.
Op 16 juni 1942 was het letterlijk raak bij de familie Kats. Het volgende gebeurde zo staat in een politierapport:

Door S. Kats, wonende te Meppel, Beatrixplantsoen no. 17, wordt per telefoon kennis gegeven, dat hedennacht omstreeks 2.30 uur twee spiegelruiten, waarvan een gebogen ruit in het door hen bewoonde perceel zijn in gegooid met drie halve witte metselstenen, die door hem in de kamer zijn aangetroffen. Hij en zijn huisgenoten hebben het ingooien van de ruiten wel gehoord, maar niet gezien. Hij heeft van de vernieling pas om 8 uur kennis gegeven, omdat hij zich niet eerder naar beneden durfde te begeven.

Het gevolg van deze melding was dat een onderzoek werd ingesteld:

Op last van den Adj. Inspecteur van Politie is door o.g. den rijkspolitiehondgeleider van de Berg, gestationeerd te Uffelte per telefoon verzocht met zijn rijkspolitiehond ter plaatse te komen en een onderzoek in te stellen, aan welk verzoek hij heeft voldaan.

Het onderzoek ter plaatse leverde echter niets op. Wie de dader was? Dochter Evalina weet zeker dat het de bewuste Feldwebel was! Het onderzoek had wel tot gevolg, dat de vernieling van de ruiten werd aangemerkt als een politieke daad en dat de gemeente Meppel voor de kosten van ƒ 150,- opdraaide.

Drie kinderen met op de voorgrond Evelina Kats.

Ook het gedoe op school stemde Evalina niet positiever ten aanzien van de goede afloop van de oorlog. Zij zat ten tijde van de oorlog in klas 4A van de Rijks HBS en ging in juli 1941 over naar de 5e (en laatste) klas van die school. Met ingang van het volgende schooljaar was het voor haar echter verboden om in Meppel naar school te gaan. Dat betekende in eerste instantie een paar extra vrije dagen, want pas op 11 september verstuurde de gemeente Meppel een brief naar de burgemeester van Zwolle met het verzoek Evalina en een aantal andere joodse kinderen onder te mogen brengen in een joodse school voor voortgezet onderwijs, die in Zwolle zou worden opgericht. Gelukkig reageerde de gemeente Zwolle snel en kon Evalina medio september met de andere Meppeler kinderen naar de school in Zwolle. Zij is daar een jaar lang heen gegaan; elke dag met de trein naar Zwolle. Aan het eind van het schooljaar 1941-1942 kreeg ze haar diploma uitgereikt.
Inmiddels was de zaak van Salomon Kats geliquideerd en het vermogen van de familie in beslag genomen. Gelukkig had de heer Kats zich niet al te stipt aan de regels gehouden; daar zou de familie tijdens de onderduik nog plezier van beleven.

Advertentie van textielhandelaar Hartog Khan, de man van de in de oorlog vermoorde Sofia Khan-Ernsthal.


De heer Kats had een winkel voor de betere damesmode in de 2e Hoofdstraat onder de naam Het Confectiehuis. Een goed beklante zaak. Voor de Tweede Wereldoorlog had hij dan ook drie personeelsleden in dienst; een voor die tijd respectabele bezetting. In de winkel hielpen Hetske Maria (Hedwig) Veldman uit het Friese Workum en Jo Bouwman de klanten. Jantje zat in het atelier en zorgde voor het nodige verstelwerk en het 'pas maken' van de kleding. Hedwig zou bijna vijfentwintig jaar bij de familie Kats werkzaam blijven. Zelfs in de oorlog, toen de familie reeds uit Meppel was verdwenen, stond men nog in contact met haar en was zij de familie tot steun door bijvoorbeeld op gezette tijden geld naar hen door te sluizen.
De zaak werd eind 1941 gesloten en de voorraden na taxatie uit de winkel gehaald. De formele weg duurde, zoals gebruikelijk, wat langer. Op 21 mei 1942 was de zaak in ‘liquidatie getreden.’ Het was aan Salomon Kats om de moeilijke gang naar de Kamer van Koophandel te maken en dit aan te geven.
Op 15 juli 1943 werd Omnia belast met de liquidatie van de zaak; men stelde W.D. Seuter als vereffenaar aan. Op 27 oktober 1943 werd de winkel geliquideerd. Inmiddels hadden de Duitsers er een kantoor in gevestigd.

Op 20 juli was Salomon Kats naar het werkkamp in Orvelte vertrokken. Met behulp van politieagent Krijger, die tegenover de familie Kats in het Beatrixplantsoen woonde werd een verzoek opgesteld waarin aan de kampcommandant werd verzocht de heer Kats een weekend vrijaf te geven omdat hij twintig jaar getrouwd was. Zijn verzoek werd gehonoreerd en hij mocht naar huis. Nooit meer is hij naar Orvelte teruggekeerd. Hij nam in plaats daarvan met vrouw en dochter de benen!

Salomon Kats.

Toen de grond te heet onder hun voeten werd, gingen ouders en dochter (hoe gek dat ook moge klinken) elk een eigen kant op.
De heer en mevrouw Kats vertrokken meteen, toen Salomon met verlof uit Orvelte terug was gekomen, naar Breda. Ze kregen daarbij hulp van dokter De Jong, die een hoge piet bij Philips kende, wiens chauffeur zorgde voor het vervoer. In Breda kwamen ze terecht bij de familie Vermeulen. Men bleef contact houden met Hedwig Veldman in Meppel. Via haar hoorden ze dat hun moeder was weggevoerd.
Maar Jan Vermeulen werd verraden en opgepakt door de Duitsers, ten gevolge waarvan de familie Kats weer moest verdwijnen. Ze gingen met de trein naar Lemmer, waar een zakenrelatie woonde. Wat een onderneming: in 1943 met de trein dwars door Nederland! Dat kon ook alleen maar omdat ze over valse papieren beschikten en daardoor moeilijk als jood te herkennen waren. Heerenveen bleek het eindpunt, want degene die hen daar zou ophalen, kwam niet opdagen. Dus, dan maar lopen naar Lemmer. Geluk bij een ongeluk was dat de zakenrelatie waar ze aanklopten, bereid was hen op te nemen. Toen de zoon des huizes, die kappersknecht was en zich voornamelijk bezighield met het inzepen van klanten, ziek werd nam Salomon Kats diens taak over. Elke dag toog hij naar de kapsalon en zeepte de voornamelijk Duitse klanten in. Dit was alleen maar mogelijk omdat hij geen joods uiterlijk had. Maar griezelig bleef het wel! In Lemmer verbleven ze tot de bevrijding.
Dochter Evalina ging, voorzien van een vals paspoord met de trein naar Eindhoven. Via een buurman van haar opa en oma in de Emmastraat, dominee Op ’t Holt, had ze een adres in die plaats gekregen. Daar woonde een dochter van het dominessechtpaar, die getrouwd was met een domineeszoon: de familie Eringa. Afgesproken was dat ze zich zou voordoen als een nichtje uit Indonesië, wier ouders daar geïnterneerd waren. Tegen gasten werd gezegd dat ze niet met haar over de oorlog mochten praten, omdat dit onderwerp heel gevoelig lag. Het is haast ongelofelijk, maar Evalina heeft relatief gezien een bijzonder prettige tijd in Eindhoven gehad. Ze kon zich vrij bewegen dankzij het valse persoonsbewijs en haar nieuwe naam Joop Bloemsma. Ze kwam op feestjes en bijeenkomsten en ging met de familie naar de gereformeerde kerk. Ook kon ze contact met haar ouders in Breda onderhouden; ze bezochten elkaar zo nu en dan. Slechts één keer is ze aangehouden en één keer verrichtten de Duitsers een huiszoeking (ze zochten toen niet eens naar onderduikers, maar naar radiotoestellen).
De laatste tijd van het verblijf in Eindhoven was het moeilijkst. Het was toen niet langer mogelijk om contact met haar ouders te onderhouden. Vooral moeilijk was dat toen Eindhoven in september 1944 bevrijd was, terwijl Lemmer nog in Duitse handen was. Evalina verliet Eindhoven en ging werken in een gift shop van het Engelse leger. Later werd ze tolk bij het Royal Army Service Corps en verbleef onder andere zes maanden in Hannover. Toen werd ze door een paar hoge Engelse officieren uitgenodigd om mee te gaan naar Meppel. Daar zag ze voor het eerst haar ouders weer, die toen net uit Lemmer in Meppel waren teruggekomen.

Mevrouw Khan-Ernsthal besloot niet mee te gaan met haar kinderen; ze vond zich te oud voor dergelijke escapades, ze was 78 jaar. Wel ging ze het huis uit en besloot haar intrek te nemen in een huis aan het Zuideinde, tezamen met een aantal andere dames op leeftijd. Waarom? De gedachte leefde toen sterk dat oude dames niet zouden worden opgepakt, omdat zij immers niets in een werkkamp te zoeken hadden. De Meppeler politieagenten die in de nacht van 2 op 3 oktober 1942 hun ronde deden om de joden uit hun huizen te halen troffen haar inderdaad niet meer aan en noteerden dan ook achter haar naam: ‘Spoorloos, met onbekende bestemming vertrokken.’ Uiteindelijk werd ze alsnog opgepakt en op 26 oktober uit Westerbork weggevoerd. Drie dagen later eindigde haar leven in Auschwitz.

Mevrouw Kats-Khan (de dochter van mevrouw Khan-Ernsthal) gefotografeerd na de Tweede wereldoorlog.

Na de oorlog kwamen Evalina, Salomon en Paulina weer terug in Meppel. Evalina ging werken bij uitgeverij Boom. Ze moest daar de boeken uit de uitgeverij aan de man proberen te brengen. Na ongeveer 1½ jaar verliet ze Meppel. Ze trouwde met Isaac Woudstra en ging in Amsterdam wonen, aan de Henriëtte Bosmansstraat. Nadat Salomon was overleden, verhuisde Paulina naar Amsterdam, de woonplaats van haar dochter.

Beatrixplantsoen.


Vorige